Boekenblog

Wat een Grieks kaasje kan leren van een Frans kaasje

We leven in een grote Europese melkplas, dus je moet wat met al die lactose en schimmels. Kaas maken is dan ook een grote nationale hobby van de Fransen, Grieken, Italianen en Nederlanders. En waarschijnlijk vergeet ik er nog een paar. 

Nu zijn de Franse kazen natuurlijk top of the bill. Vinden ze zelf. En in deze kwestie ben ik het met ze eens. Brebis is een van mijn favourieten. Mooie kleur, maakt zijn beloften waar. Gaat net zo makkelijk met een frisse Riesling als met een stevige Pinot Noir of een rond abdijbiertje. Lekker op toast, uit het vuistje en op een bruine boterham. Toppertje!

Nou wil het toeval dat ik op dit moment op Brebis en Feta oppas. Sommige kaasjes kunnen niet alleen zijn, dan worden ze ongelukkig. Ik neem ze elke dag mee uit wandelen. Jawel. mijn kaasjes kunnen wandelen. 

Het zit namelijk zo: de zwarte is Feta, de bruine is Brebis. 

Brebis is voor 50% terriër. And it shows. Als hij wat in zijn kop heeft gebeurt het ook. Gisteren liepen we door de maisvelden, een uitgelezen plek voor hongerige herten en reeën. 

Usain Bolt is er niets bij

Brebis krijgt er een aantal in het vizier en zet het op een sprint waar Usain Bolt nog een puntje aan kan zuigen. 
Feta erachteraan. 2 minuten later is Feta terug, sukkelt op zijn gemak verder terwijl Brebis onvindbaar is. 

10 minuten en een aantal kleine bijna woedeuitbarstingen mijnerzijds later komt Brebis aangekacheld. Helemaal kapot. Hijgend als een ouwe vent die de Mont Ventoux op is gefietst zonder vooraf getraind te hebben.

Brebis is een bijtertje. Een volhoudertje. Die laat zich niet kisten. Niet door een dreigend hartfalen, een ree die uiteindelijk toch harder loopt of maisvelden waar je geen poot voor ogen ziet.

Maar Brebis heeft een doel: reeen vangen. En daar gaat ie voor.

Brebis oefent elke dag. Hij springt naar vliegen in de lucht om zijn sprongkracht te vergroten, sluipt door het hoge gras om zijn geruisloosheid te oefenen en lanceert zichzelf minstens zes keer per dag met vier poten tegelijk de lucht in om massief en overtuigend bovenop nietsvermoedende en kansloze kikkers, kevers of muizen te landen.

En met enige regelmaat komt hij trots met een dood iets aangesprint. Oefening baart kunst.

Ooit gaat het hem lukken, iets groots vangen. 

Feta heeft nog wat van Brebis te leren. Of misschien ook wel niet. Dat hangt van Feta’s ambities af en aangezien hondjes niet kunnen praten kun je dat alleen maar afleiden uit hun gedrag. Ik vermoed dat Feta heel gauw tevreden is. En lui. Niets mis mee. Als Feta geen ambities heeft ga ik ze ook niet aanpraten, want dan ga je koet ke koet de bietenbrug op en dat is zonde van de liefdevolle relatie die Feta en ik hebben.

Feta of Brebis?

Maar als je van je boek een succes wil maken, is het beter om een Brebis te zijn dan een Feta. 

Want Brebisjes verkopen wel hun 1e 1000 exemplaren in een overzichtelijk aantal maanden en Fetaatjes niet. Fetaatjes horen tot de 95 % auteurs die hun 1e druk niet verkocht krijgen en hooguit 250 exemplaren in het eerste jaar na verschijnen verkopen. 

De vraag is: ben je een Feta en wil je een Brebis worden of ben je een Feta en zit je met 1000 boeken op zolder en vind je het wel best zo.
Hit reply, want ik ben reuze benieuwd.

En als je al een Brebis bent: laat me weten hoe vaak jij naar vliegen hebt gehapt, door het hoge gras bent geslopen en jezelf gelanceerd hebt voordat je tevreden was over het resultaat. Boekmarketingsprekenderwijs gesproken, dan. Laat het me weten.  Dan neem ik je op als casus in mijn nieuwste boek over boekmarketing. 
Stuur me een mail, hit reply. I’m dying to know.

Denise HulstWat een Grieks kaasje kan leren van een Frans kaasje
Share this post