Omcirkel het cijfer: 1: Nooit 2: Soms 3: Regelmatig 4: Meestal 5: Altijd 1. Ik ben bezig met dingen die ik al veel eerder had moeten doen. 1 2 3 4 5 2. Ik begin pas op het laatste nippertje aan een taak of examen te werken. 1 2 3 4 5 3. Ik betaal regelmatig boetes bij de (muziek)bibliotheek 1 2 3 4 5 4. Ik heb 's ochtends moeite om op te staan 1 2 3 4 5 5. Als ik een brief schrijf, zit er nogal wat tijd tussen het schrijven en het op de bus doen. 1 2 3 4 5 6. Als ik iemand moet terugbellen, wacht ik daar soms wat te lang mee 1 2 3 4 5 7. Kleine klusjes laat ik soms ik dagen liggen. 1 2 3 4 5 8. Ik vind het vaak moeilijk om beslissingen te nemen en wacht daar af en toe te lang mee. 1 2 3 4 5 9. Ik heb de neiging verplichtingen uit te stellen. 1 2 3 4 5 10. Ik moet me haasten om mijn werk op tijd af te krijgen. 1 2 3 4 5 11. Als ik weg moet, zijn er op het laatste moment nog dingen te doen. 1 2 3 4 5 12. Zelfs als ik dringend iets af moet maken, ben ik nog andere dingen aan het doen. 1 2 3 4 5 13. Ik kom regelmatig te laat op een afspraak 1 2 3 4 5 14. Ik heb deadlines nodig om te kunnen beginnen aan een taak. 1 2 3 4 5 15. Verjaardagscadeautjes of andere cadeautjes koop ik op het laatste moment. 1 2 3 4 5 16. Zelfs belangrijke dingen koop ik op het laatste moment. 1 2 3 4 5 17. Aan het eind van de dag heb ik vaak andere dingen gedaan dan dat ik me voorgenomen had. 1 2 3 4 5 18. 'Morgen weer een dag' vind ik een mooi adagium 1 2 3 4 5 19. Ik krijg regelmatig e-mailberichten of telefoontjes van collega's die aan mij vragen of ik hun e-mail nog wil beantwoorden, 1 2 3 4 5 20. Ik ben vaak nog s' avonds aan het werk om toch zaken af te krijgen die ik overdag af had willen ronden 1 2 3 4 5 Score: 20- 39: Structureel uitstelgedrag is je vreemd. In de meeste gevallen,doe je wat er nodig is. Je hebt je prioriteiten op orde en daar handel je ook naar. Het kost je maar zelden moeite om je te zetten tot wat nodig is. 40- 59: Af en toe neig je naar wat uitstelgedrag. Dat is waarschijnlijk niet hinderlijk, en mensen in je omgeving hebben er geen last van. De enige die waarschijnlijk merkt dat het af en toe wat lastig is om je toch tot een taak te zetten, ben jij zelf. 60- 79: Je bent een meer dan gemiddelde uitsteller. Mensen in je omgeving hebben er soms duidelijk last van en dat leidt tot spanningen. Het kost je veel energie om je tot deze zaken te zetten. Wat ook een mogelijkheid is, is dat je het moeilijk vindt om een goede planning te maken en je taken op te splitsen in elkaar opeenvolgende concrete acties. Misschien is het goed om eens te kijken naar je manier van plannen en prioriteiten stellen. Ook kan het zijn dat je je teveel laat leiden door de korte termijnsuccesjes. 80- 100: Het uitstellen van taken is voor jou een gewoonte geworden. Of wellicht heb je het altijd al zo gedaan. Soms kom je er echt door in de problemen. Wellicht ontstaan er conflicten op je werk, omdat je je beloften niet nakomt en altijd over de deadline gaat. Op deze manier ben je altijd in gevecht met de deadlines, en werk je permanent in een hoge drukketel. Dat is slecht voor je gezondheid, je reputatie, je zelfbeeld en gaat ten koste van je werkplezier. Werken vanuit verbinding is onmogelijk, want daar is rust, aandacht en concentratie voor nodig. Het kan helpen om eens met iemand te kijken naar je werklast, maar natuurlijk ook naar het waarom van het uitstellen. Uitstelgedrag kan in iemands karakter zitten. Mensen die erg gevoelig zijn voor beloning oftewel een grote behoefte aan prikkels die zij als positief ervaren, kunnen meer last hebben van uitstelgedrag dan mensen die in staat zijn om de beloning (of positieve prikkels) uit te stellen. Ook kan het soms te maken hebben met het feit dat je alles eigenlijk perfect wilt doen. Dan zit er een vorm van faalangst achter; zolang je er niet aan begint, kan ook niet duidelijk worden dat je het wellicht niet zo perfect kunt als je zou willen. Dan ben jezelf degene die de lat erg hoog legt. Soms wordt uitstelgedrag ook in de hand gewerkt door de angst om door de mand te vallen: "Straks heeft iedereen in de gaten dat ik helemaal niet zo goed in dit soort zaken ben als dat mijn collega's denken dat ik ben." Dan wordt de weerstand ingegeven door de angst voor wat anderen van je prestaties zullen denken. In alle gevallen kan het nuttig zijn om te onderzoeken waar het bij jou vandaan komt en wat je nodig hebt om het anders te willen doen, mocht je daartoe besluiten. |